29-10-06

World Trade Center

World Trade Center **

 

Stone's Knieval

                                  

Van Oliver Stone, USA, 2006 met Nicolas Cage, Maria Bello, Michael Pena, Jay Hernandez, Michael Shannon …

 

world-trade-center-06 ss-worldtradecenter

 

world_trade_center_150In het jaar dat “Forrest Gump” bijna alle oscars afsnoepte van “Pulp Fiction” en het jaar dat Stone “Natural Born Killers” op ons afstuurde, stond ik samen met mijn klasgenoten op het dak van de WTC Towers in NY. Deze twee pronkstukken in de skyline van NY zijn helaas weggeblazen, zoals iedereen ondertussen weet.

 

Het heeft een tijdje geduurd vooraleer deze aanval enigszins verteerd was en Hollywood het licht op groen zag springen om dit te verfilmen. De alom gevreesde bezetting van een kerncentrale door terroristen zagen we in 2004 al in "American Meltdown", een ok tv-film die ik gisteren gezien heb en in "24", seaon 4 in 2005. Overigens dezelfde acteur die terrorist speelt: Arnold Vosloo. En dit jaar was het de beurt aan de omstreden tv mini-serie "The Path to 9/11", "United 93" en "World Trade Center".

 

Het verhaal begint 's morgens op de fameuze 11 september '01 en toont ons een ontwakend New York. John McLoughlin (Cage met snor) is chef bij de politie. Hij deelt orders uit in het hoofdbureau en ze gaan op pad totdat het eerste vliegtuig zich in de WTC toren boort. Ze verzamelen aan de voet van de torens en Cage schuifelt voorzichtig samen met enkele vrijwilligers in de brandende toren. Na nog geen half uur film stort de toren in en raakt Cage samen met Will Jimeno (Michael Pena) zwaar gewond bedolven onder het puin. Het thuisfront is de wanhoop nabij en een marinier die het licht heeft gezien (Michael Shannon) gaat ijverig op zoek.

 

De film begon goed maar de hoofdrolspelers raken veel te snel bedolven onder de toren waardoor de rest van de film bestaat uit het zenuwachtig wachten op een telefoontje door het thuisfront en melige conversaties tussen McLoughlin en Jimeno. Hun dialogen variëren van verhalen over de namen van hun kinderen, een onafgewerkte keuken en flashbacks over de mooie momenten in het leven. Iets anders kan je er als regisseur natuurlijk niet van maken. Bij momenten deed het me denken aan de tweede helft van de film "Alive", waar de overlevenden sterven van honger en vrieskou: "als ik sterf, mag jij mij opeten." Dat soort sfeertje dus.

 

Het religieuze kantje van de film is compleet overbodig. McLoughlin droomt meermaals over een Jezus figuur en de religieuze marinier speelt een grote rol in de film. Op ’t einde van de film murmelt Michael Shannon met een strijdvaardige blik in de ogen: "wij zullen dit vergelden". De knieval van Oliver Stone voor het Amerikaanse conservatieve publiek na zijn controversiële films en levensstijl.

 

Toch nog een positieve noot: om het dramatische karakter van het onderwerp nog meer te beklemtonen maakt de regisseur veelvuldig gebruik van lange, pikzwarte en doodstille pauzes tussen de scènes om dan een wazig beeld te verscherpen naar telkens iets verrassends. Zo zie je bvb na 4 seconden zwart beeld een rode wazige en bewegende gloed, waarvan je veronderstelt dat dit een zwaailicht van de politie of brandweer gaat worden, maar dan verscherpt dit langzaam naar een close-up van een digitale klok op een nachtkastje. Mooi trucje!

Nog een goed idee van Stone: de vliegtuigen die in de torens vliegen, de beelden die iedereen al honderden keren heeft gezien, toont hij niet. Enkel een schaduw en nadien een knal.

 

De film start veelbelovend maar verzuipt nadien in meligheid en sentimentaliteit. Hopelijk herpakt Oliver Stone zich…

23-10-06

Hostel

Hostel **½

 

Lauwtjes

 

photo_06

 

Van Eli Roth, 2005, USA met Jay Hernandez, Derek Richardson, Eythor Gudjonsson, Jan Vlasák, Barbara Nedeljáková, …

 

Hostel is geregisseerd door Eli Roth die eerder al "Cabin Fever" op ons af stuurde. Interessanter evenwel - althans voor de meesten onder ons - is dat Quentin Tarantino executive producer van deze film is. In recente interviews gaf Tarantino al breed glimlachend toe dat hij het horrorgenre weer nieuw leven wil inblazen na de tamme jaren negentig. Nieuw bewijs hiervoor wordt binnenkort geleverd met de film “Grind House”: twee horrorfilms onder één titel, eentje van QT en eentje van zijn goede vriend Robert Rodriguez.

 

Drie jonge mannen, Amerikanen Paxton (Jay Hernandez), Josh (Derek Richardson) en Ijslander Oli (Eythor Gudjonsson), zijn op trektocht door Europa en slapen elke nacht in een hostel of jeugdherberg. Het verhaal start in Amsterdam waar ze, naast joints roken, vooral op zoek zijn naar neukbare meisjes. Ze worden na een vechtpartij uit een dancing gezet en kunnen niet meer binnen in hun jeugdherberg alwaar ze worden uitgemaakt door slaapdronken Duitsers. Ze vluchten en komen terecht in een appartement waar een koppel stoned de liefde bedrijft. Daar worden ze door een jonge man op de hoogte gebracht van een jeugdherberg in een kapot geschoten dorp nabij Bratislava in Slowakije, vol met oorlogsweduwen, waar het goed sexen is. Hij geilt hen op met enkele foto's op zijn gsm en het drietal kan niet vlug genoeg hun rugzakken vullen en naar Slowakije sporen. Daar aangekomen blijken de verhalen waar te zijn en beleven ze de tijd van hun leven. Ze neuken er alle drie op los tot Oli verdwijnt. De twee Amerikanen gaan vruchteloos op zoek naar hem tot plots Josh gedrogeerd wordt en ontwaakt op een ijzeren stoel in een soort halfdonkere kerker, die voor de helft gevuld is met grote tafels met daarop een gamma tangen, boren, zagen en draaischroeven waar zelfs doorwinterde doe-het-zelvers jaloers op zouden zijn. Een man, die ze eerder op de trein ontmoet hadden, komt de kerker binnen en als een kind in een snoepwinkel slentert hij langs de tafels tot hij zijn oog laat vallen op een elektrische boormachine waarmee hij een paar gaten boort in de benen van Josh. De man, niet bang van een vleugje humor, besluit dan gehoor te geven aan het smekende verzoek van de Amerikaan om hem vrij te laten en maakt zijn handboeien los, maar niet voordat hij diens beide achillespezen heeft doorgesneden. Paxton wordt inmiddels ook gedrogeerd door zijn vriendin maar valt in slaap in een bergplaats van een café. Als zijn roes uitgewerkt is, gaat hij op zoek naar zijn vrienden en tenslotte naar zijn vriendin, niet wetende dat zij vet betaald wordt om toeristen naar de folterfabriek te brengen, waar zieke geesten met veel geld hun gruwelijke fantasieën in werkelijkheid kunnen omzetten. Hij laat zich door haar leiden en belandt uiteindelijk ook vastgeketend op een ijzeren stoel waar hij door een Duitser (weeral die Duitsers) bewerkt wordt met een boomzaag.

 

Hostel kan je gerust onderverdelen in twee delen. In de eerste helft van de film overheerst het "American Pie"-gevoel. Hitsige jongeren die zo snel mogelijk van bil willen gaan, een dosis humor en massa's blote borsten. Het woelige Amsterdam wordt nadien ingeruild voor een grauw en troosteloos dorp nabij Bratislava waar kleur nauwelijks merkbaar is, waar overal tonnen afval en puin liggen en waar het schilderen van muren al decennia lang niet meer uitgeoefend werd. De dood van de IJslander en de zoektocht van de twee Amerikanen naar hem leidt het tweede deel in. Van dan af wordt het een horrorfilm. Er wordt serieus spanning opgebouwd en naar hartelust gefolterd. De folteringen zijn niet altijd even goed gefilmd, maar dat zal voor de meesten wel een opluchting zijn. De suggestie kan ook al magen overhoop halen. Echte horrorliefhebbers blijven op hun honger zitten, want "Hostel" haalt op geen enkel moment het niveau van een echte horrorklassieker. De scènes met de misdadige kinderen mochten van mij gerust ontbreken, naar het einde toe kwamen sommige fragmenten ongeloofwaardig over en heel af en toe gebeurde er iets dat ik voorzichtig durf te omschrijven als voorspelbaar.

 

Tarantino en regisseur Roth hebben zich blijkbaar geweldig geamuseerd tijdens het draaien van de film. Een affiche van "Cabin Fever", een scène uit "Pulp Fiction" op de TV in de jeugdherberg en maffe oneliners als "Of course, my horse" zijn daar de bewijzen van.

 

Desalniettemin is "Hostel" stukken beter dan "Cabin Fever" en veel spannender dan de meeste films die recent het witte doek haalden. Maar toch ontbreekt het de film aan net dat beetje extra dat je verwacht wanneer de naam 'Quentin Tarantino' in de aftiteling verschijnt.